Chris Serneels Kapitein - Postoverste
Brandweerzone Rivierenland - Post Duffel
Postadres: Dageraadstraat 4, 2800 Mechelen
Tel +32(0)15 31 36 66  Fax +32(0)15 31 90 90
www.brandweerzonerivierenland.be
E-mail: chris.serneels@bwzr.be
Benny Van Der Veken - Voorzitter
Vriendenkring Brandweer Duffel vzw
Postadres: Spoorweglaan 2 bus 1, 2570 Duffel
Tel +32(0)15 31 36 66  Fax +32(0)15 31 90 90
www.brandweerduffel.be
E-mail: vzw@brandweerduffel.be
Ondernemingsnummer: 0633.595.288
Hommels

De levenscyclus van de hommels is een gevarieerd geheel.


Allereerst kruipt de hommelvorstin al in de tweede helft van maart uit haar vaak ondergrondse "winterslaapzak". Dan worden de reeds bloeiende planten en struiken met een bezoek vereerd, zoals krokussen, sneeuwklokjes, ribes, sleedoorn, wilg en hazelaar. Het gaat dan voornamelijk om de nectar en het stuifmeel. (Nectar voornamelijk voor de levering van energie (suiker) en het stuifmeel is zeer eiwitrijk, wat weer belangrijk is voor de eierproduktie. De hommelkoningin maakt een soort broedkamer met daarin een voorraadpotje (dit wordt gemaakt van schilfers was, die worden afgescheiden door klieren tussen de schildplaten bij het achterlijf. In dit voorraadpotje wordt de nectar bewaard. Dit appeltje voor de dorst wordt gebruikt als het slecht weer is en er niet kan worden uitgevlogen.

In de babykamer worden eerst 8 á 10 eitjes gelegd. Deze eieren worden door de toekomstige koningin-moeder zo warm mogelijk gehouden. Ze broedt als het ware de eitjes uit. Uit dit broedpakket ontstaan pootloze larven, die voornamelijk gevoed worden met in nectar gedrenkt stuifmeel. Na een aantal vervellingen spint elk larfje een zijden cocon en verpopt zich daarin tot werkster. In het begin van het seizoen is het aantal werksters nog erg klein, later komen er steeds meer "arbeidsters" die zich met het welzijn van de larfjes gaan bemoeien. De koningin legt dan ook veel meer eieren dan in het begin van het seizoen. Zodanig dat er een goed evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod van voedsel. Wanneer de larven steeds meer voedsel krijgen, stellen zij het verpoppen uit. Het gevolg is dat ze steeds groter worden. Uiteindelijk moeten zij zich wel verpoppen en zie daar de nieuwe generatie vorstinnen. De darren die onbevrucht ter wereld komen leveren zelf weer de zaadcellen die er voor zorgen dat volgend jaar hun dochters worden geboren. Wanneer tenminste hun vorstelijke partner de winter overleeft. Want gemiddeld weet slechts zo'n twee procent der koninginnen te ontsnappen aan de ijzige greep van koning Winter. In Nederland en België komen ongeveer twintig hommelsoorten voor, ze zijn vooral makkelijk te herkennen aan hun kleurenpatroon. Vaak hebben hommels maar ook bijen en wespen een vacht met de kleuren geel en zwart. Dit zijn signaalkleuren, kleurcombinaties die potentiële vijanden moeten afschrikken. (Mocht dit niet voldoende zijn dan hebben de dames ook nog een gladde angel om zich te verdedigen.) Hommels hebben een zeer harige vacht. Hierachter blijft veel stuifmeel hangen bij hun veelvuldig bloemen bezoek. (Doordat de wind steeds door hun haren strijkt, worden deze haren geladen met statische elektriciteit en daardoor wordt hun vacht één grote stuifmeelmagneet) De eetgewoontes van hommels zijn van onschatbare waarden voor de bestuiving van planten. Gemiddeld zijn hommels uren langer per dag bezig met het verzamelen van voedsel dan honingbijen en per uur bezoeken ze twee tot driemaal zoveel bloemen. De lengte van de hommeltongen kan per soort verschillen. Dit heeft tot gevolg dat er per soort andere bloemen bezocht kunnen worden. (Want voor de ene is de nectar wel en voor de andere niet toegankelijk). Dit heeft tot gevolg dat er minder onderlinge concurrentie is. Sommige hommels omzeilen dit probleem en bijten aan de onderkant van de bloem een gaatje en zo kunnen ze gemakkelijk bij de nectar komen. Zo geldt ook in hommelland wie niet sterk is moet slim wezen.

Diverse hommelwetenswaardigheden


Hommels behoren net als bijen, wespen en mieren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera) Deze zijn weer onderverdeeld in twee onderordes. De Symphyta Hiertoe behoren bv. blad- halm- en houtwespen deze hebben GEEN wespentaille. De Apocrita Hiertoe behoren hommels, bijen, wespen, sluipwespen en mieren, deze hebben WEL een wespentaille. Hommels en bijen behoren tot de superfamilie Apoidea

Hommels zelf zijn weer te splitsen in :


Koekoekshommels (geslacht Psithyrus) 


Dit zijn broedparasiten die hun eieren leggen in de nesten van andere soorten.Deze koekoekhommels lijken veel op de hommels die zij als "gastvrouw" uitzoeken. De vrouwen missen echter het zogenaamde pollenkorfje.

Hommels (geslacht Bombus)


Hier hebben de vrouwen wel een pollenkorfje (stuifmeelkorfje) dit zit bij de werksters en koninginnen aan de achterpoten. Dit zijn geveerde "haren" die dienen als een soort "boodschappentas" voor het verzamelde stuifmeel. Hommels vormen eenjarige kolonies, waarvan alleen de bevruchte koninginnen overwinteren. Wanneer je in het vroege voorjaar hommels ziet dan zijn dit de koninginnen die ontwaakt zijn uit hun winterslaap en daarna bezig zijn een nieuwe kolonie te stichten. De jongen eten nectar en stuifmeel. De mannetjes zijn te herkennen aan hun langere sprieten (antenne) aan de kop. Zij verschijnen echter pas in de zomer.